Liefde voor het lot

Met try-outs van zijn nieuwste zaalshow Amor Fati doorkruist Jan Jaap van der Wal momenteel Vlaanderen. Ik zag de show in CC Strombeek en het was een verduiveld knappe productie.

De Latijnse titel Amor Fati betekent Liefde voor het lot en daarmee verwijst van der Wal naar het lot dat hem tien jaar geleden naar Vlaanderen bracht. Hij verhuisde vanuit Nederland naar Antwerpen. Dat betekende een heuse aanpassing aan de Vlaamse cultuur. Nochtans spreken Nederlanders en Vlamingen dezelfde taal. Of niet??? De show begon daarom met een ironische knipoog naar hoe Vlamingen een gesprek met een onbekende beginnen. Van der Wal imiteerde ‘ja ja’ in alle toonaarden. Herkenbaar en grappig voor de toehoorders. De sfeer was dan ook dadelijk gezet.

Nadien volgde een salvo van grappen en grollen over waar het misloopt in Vlaanderen. Van der Wal laste ze aan elkaar met een stevige glimlach en een grote dosis zelfrelativering. Je herkent hem dan ook als ervaren rot in de comedywereld. 30 jaar op de planken zijn niet weg te cijferen.

Ik vertel niet alles, maar het slot van de show was grandioos. Even een tip van de sluier oplichten. Er is een dialect dat hij maar niet onder de knie kan krijgen nl. het  West-Vlaams. Dus maakte hij een schitterende parodie om de stand-up comedians uit het westelijke landsdeel uit te beelden. Niet enkel het oor, ook het oog kreeg heel veel!. Meer wil ik niet spoilen, maar ik raad je aan om een ticket te kopen voor Jan Jaap op zijn best.

Help! Doe ‘dicht/open’ die deuren

Op 28 juni 2026 was mijn laatste voorstelling gepland in mijn abonnement. Het was die avond bloedheet in de schouwburg van CC Strombeek. De organisatoren wilden de voorstelling DE SITCOMEBACK van DE HOE toch in optimale omstandigheden laten doorgaan. Daarom kreeg iedereen bij de ticketcontrole een fris flesje mineraalwater en een waaier. En dat werkte! Het enthousiasme van elkeen die de warme zomeravond in de schouwburg zou trotseren, was voor 100 % gegarandeerd. En wat een grandioos toneel werd het! Voor mij ‘Het beste van het beste’.

In DE SITCOMEBACK onderzoekt de toneelgroep wat er zo mis is aan succes hebben bij het publiek. Die vraag komt er nadat in het vorige seizoen DE SITCOM een duizelingwekkend publieksucces was.

© kaaitheater.be

Tijd dus voor reflectie via lange therapeutische gesprekken tussen Natali, Willem, Greg, Peter en Ans die trouwens knap gemodereerd worden door twee jonge stagiair-acteurs: Julie Boellaar en Sweder de Sitter. Het onderwerp van de bezinning is dus simpel. Hebben de acteurs zich niet verloren in hun succesvol spel? Beseffen ze nog wat werkelijkheid is en wat gespeeld wordt? Er volgt een  intense woordenvloed hierover. Die vraagt veel van een publiek dat wellicht dacht een nieuwe slapstickproductie te zien; zoals de vorige editie DE SITCOM. Bovendien worden, naast de vele discussies en gesprekken intermezzi via videoprojectie getoond van popicoon Cher (telkens vertolkt door een ander acteur) en Cher-imitator Chad Michaels. Altijd herhaalt zich de vraag: wie is echt en wie is een kopie? Is het Cher die zich via allerhande plastische ingrepen een nieuw en fris uiterlijk gaf en/of haar imitator??? En wat dan met de leden van DE HOE??? Zijn zij nog authentiek???

Net die reflectie is de sterkte van dit toneel. Telkens ironie als vorm van humor inzetten als medium om na te denken over: lukt het DE HOE om nog authentiek te zijn? Wie en wat is nog echt? De toeschouwers worden voortdurend op een verkeerd been gezet en vooral op het einde wanneer er plots een telefoon rinkelt. Natali neemt op en de boodschap is niet min: in een vorige opvoering is een toeschouwer overleden door te hard te lachen. Maar is dit echt en kan je wel doodgaan van een stevige lach? En zo ja, wie is dan schuldig? De acteurs? Kunnen ze beticht worden van doodslag? Misschien moeten ze vluchten langs de zes deuren van het decor? Maar moet je die deuren openen en zo in de handen van het gerecht vallen? Of moet je ze net dicht houden om te ontkomen aan de justitie? De suspense en de snelle humor van een klassieke deurenkomedie vormen een pittig einde. Geen wonder dat er een minutenlange staande ovatie was. Meer dan terecht!!!

Wie is de zwarte hond?

© kommilfoo.be

De conference Babel begint een mop over de zwarte hond. De toeschouwers bulderen van het lachen, maar eigenlijk begrijpt niemand wie die hond is. Alleen wordt snel duidelijk dat Raf (60) zich identificeert met dat dier. Die herkenning vindt haar oorsprong in zijn puberjaren. Zijn vader noemde hem een moederskind terwijl Mich (57) het vaderskind was omwille van de grote zielsgelijkenis. Raf heeft decennialang niet begrepen waarom zijn vader blijkbaar meer van zijn jongere zoon hield. En… hij heeft het hem nooit gevraagd.

Met zo’n intro ben je voor de volle honderd procent opgezogen in Babel, de nieuwe productie van Kommil Foo. De tragiek van wat nooit uitgesproken werd, is eigenlijk de rode draad van de voorstelling. Het zwarte-hond-gevoel heeft ervoor gezorgd dat Raf – zoals hij dat zelf zegt – perfectionistisch is en hunkert naar liefde. Dat wordt o.a. uitgebeeld in de scène met de zwarte tafel, die letterlijk de metafoor is van gesprekken van de laatste kans. Raf ligt uitgestrekt op het tafeloppervlak. Hij verbeeldt overleden te zijn: ogen gesloten, handen gevouwen op de buik. Mich bewierookt de dode broer met de allermooiste woorden en herinneringen aan hun gezamenlijk leven. De dode glundert en voegt zelfs aanvullingen en correcties toe. De zaal reageert telkens met buldergelach. Dan volgt een kentering als Mich existentiële bedenkingen uitspreekt over hoe het na meer dan veertig jaar van gezamenlijk optreden zal zijn als hij het alleen verder moet met de shows. De vergankelijkheid van het leven en roemrijke plagerijen die ze samen beleefden, wisselen elkaar af in dit deel van het zwarte-hond-verhaal. Het resultaat is dat de lijkrede hilarisch is.

Daarnaast vond ik de live-opnames met close-ups van de twee broers bijzonder geslaagd. Vooral wanneer de ene broer – in miniformaat – hemelse aardigheden en duivelse kwellingen in het oor van de andere fluisterde.

De titel Babel komt uit de bijbel en staat voor spraakverwarring of communicatiestoornis. In deze voorstelling is het net anders: de band tussen beide broers is zo sterk dat ze aan één woord of zelfs met stilte genoeg hebben om op dezelfde lijn te zitten.

Het was opnieuw daverend genieten van Kommil Foo en dit door een goede balans tussen humor en melancholie. Volgend seizoen Babel zeker op je must-see-and-hear-lijst zetten.

Wedergeboorte van groot talent

© Patrick De Spiegelaere

Hugo Claus schreef in 1988 de monoloog Gilles!. Hij maakte dit werk speciaal voor de grootmeester van het theater, Jan Decleir. Die trok toen naar de theaterzalen met een urenlange monoloog, geregisseerd door Claus zelf.

37 jaar later acteert Decleir in een remake van de monoloog. Die ingekorte versie kadert in Bye Bye Bourla, een festival van het Toneelhuis naar aanleiding van de restauratie van de Antwerpse schouwburg. Gilles! is het verhaal van Gilles de Rais, een schatrijke Franse maarschalk uit de 15de eeuw en medestander van Jeanne d’Arc in de Honderdjarige Oorlog. Hij was ook de allereerste seriemoordenaar van tientallen kinderen. In de monoloog Gilles! verantwoordt hij zich voor de misdaden die hij beging. Hij doet dit voor een kerkelijk tribunaal. Speciaal aan de voorstelling is dat de toeschouwers er deel van uitmaken. Ze krijgen allerlei vragen van acteur Decleir over de delicten, net als in een echte rechtszaak. Die moeten ze niet beantwoorden, want het zijn  uitgesproken gedachten van Gilles  zelf.

© Kurt Van der Elst

De nu 79- jarige Jan Decleir vertolkt op meesterlijke wijze de rol van beschuldigde. Hij beweegt amper op het podium. Gezeten op een stoel en gekleed in bruin pak doorbreekt hij voortdurend de vierde wand in zijn apologie. Het publiek is anderhalf uur muisstil. Decleir vertelt zwaarmoedige en cynische verhalen over zijn verdorven grootvader en over de duivel Barron. Zij hebben Gilles gemaakt tot wie hij is. In een prachtige taal, met een alleszeggende mimiek, kortom een algehele uitstraling is en blijft Jan Decleir een iconisch acteur. Hij deed het toch maar op 79! Een staande ovatie was meer dan verdiend.

Zelfs niet met de hakken over de sloot

Bij de samenstelling van mijn abonnement in CC Strombeek koos ik zonder enige twijfel voor de theaterspecial Jens Dendoncker over de Romantiek. De redenen voor mijn keuze waren legio: enerzijds dacht ik aan zijn voortreffelijke optredens als stand-up comedian en zijn tv-rollen in amusementsprogramma’s. Anderzijds las ik in de theateraankondiging van het CC dat hij: ‘in deze show met zijn gekende enthousiasme het publiek op sleeptouw zou nemen door een van de wildste hoofdstukken uit de kunstgeschiedenis: de Romantiek!’ Dat was voldoende voor mij om hoge verwachtingen te koesteren.

Begin maart las ik in De standaard een negatieve recensie over de show. Recensente Liv Laveyne gaf haar beoordeling de titel ‘Zelfs een confettikanon kan het niet verdoezelen: de nieuwe show van Jens Dendoncker is een sof.

Nu ik gisteren de voorstelling zag, deel ik het standpunt van Liv Laveyne.  Wat ik voorgeschoteld kreeg, was een klassieke presentatie bestaande uit zeven hoofdstukjes. Die waren inhoudelijk te weinig gestoffeerd om te begrijpen wat de Romantiek nu precies is. Die stijlrichting is meer dan het verhaal van Frankenstein of de symboliek van geportretteerde hondjes en tetten (met excuus voor het door Dendoncker vaak gebruikte woord).

Om zijn saaie lezing een beetje behapbaar te maken voor de toeschouwers gebruikte hij een aantal grappen over Ruben Van Gucht en Siegfried Bracke. Ook laste hij een sensueel filmpje in met een schaars geklede Véronique De Kock. Vanop een bed met satijnen lakens legde ze uit hoe het koninkrijk België ontstond. Van didactische omkadering gesproken! Om de toeschouwers actief bij de les te houden, werd op een onverwacht moment zelfs een confettikanon in werking gezet. Nadien splitste Dendoncker het publiek op in twee groepen om een revolte na te spelen. Zo mochten we als toeschouwers vanop onze veilige zitjes deelnemen aan een waar re-enactment. We speelden een kleine revolutie na. De helft van het publiek vertolkte de Franse bourgeoisie die het moest opnemen tegen de Parijse vrienden van Victor Hugo. Tijdens de opvoering van Victor Hugo’s toneelstuk Hermani namen beide sociale groepen het eertijds tegen elkaar op. Dendoncker regisseerde en vuurde de twee groepen uit het publiek aan om zo luid mogelijk te schreeuwen, tieren en roepen. Zo moet de revolte wellicht geweest zijn??? Althans het was de bedoeling om het publiek dit te laten naspelen. OMG, OMG!

Schoenmaker blijf bij je leest! Een stand-up comedian is niet de gedroomde leraar kunstgeschiedenis en omgekeerd is een leraar kunstgeschiedenis niet de beste stand-up comedian. Laat dit duidelijk zijn! Mijnheer Dendoncker, het is tijd om je talenten als stand-up comedian in ere te herstellen en er geen geflopt lesje esthetica van te maken!

Lodewijk, de koningspinguïn

Dimitri Leue is niet aan zijn eerste fantasievolle verhaal toe. Vorig seizoen schreef hij Van den vos die amoc maecte, een prettig gestoorde bewerking van Van den Vos Reynaerde. Nu herneemt hij de vertelvoorstelling Lodewijk, de koningspinguïn. Met dit gevoelige verhaal wil hij een oproep doen om iedereen die een beetje anders is respectvol te behandelen en niet uit te sluiten.

© leue.be

Het gelijknamige boek en de theaterversie zijn beide bedoeld voor een doelgroep van 8+. De eerste opvoeringen dateren van 20 jaar terug. Ik maakte de podiumherneming  mee met 300 leerlingen uit het derde en vierde leerjaar. Die zagen en hoorden een gevoelig sprookje met Leue in de hoofdrol als verteller en met muzikale composities van Benjamin Boutreur. Zijn muziek geeft treffend de sfeer van het verhaal weer: soms klinkt het dreigend, soms swingend of met rock-‘n-roll. Leue moedigt de jongeren aan met handgeklap en zonder twijfel bootsen ze dat snel en heftig na. Dan wordt het weer bloedernstig want tussendoor vertelt hij het verhaal. Met die opeenvolging van muziek en vertelling lukt het hem om de aandacht van de jongeren bij de plotwendingen te houden.

Het verhaal is simpel. Lodewijk is een twijfelaar en dromer die wil vliegen. Maar dat kunnen pinguïns niet. Die waanzinnige wens wordt de start van discussies tussen voor- en tegenstanders van de vlieggrage Lodewijk. En om het spannend te maken wordt hij zelfs verbannen. Hoe het uiteindelijk afloopt, vind je hier niet terug. Maar de les die Leue wil voorhouden aan het jonge publiek, hebben ze wel gesnapt.

Met liedjes, met veel pinguïnmanieren en een rokkostuum gelijkend op een pinguïn, met woordspelingen en grappen is dit een feelgood familie- of schoolvoorstelling.

Circustheater voor de allerkleinsten

Uit een wetenschappelijk programma leerde ik dat baby’s visueel sterker ontwikkeld zijn dan adolescenten en volwassenen. Dat bleek uit een experiment waarin een zestal aapjes die op een rij zaten door de baby’s als verschillend herkend werden. De baby’s merkten immers kleine verschillen op tussen de dieren. Hoe ouder de mens wordt, hoe minder hij in staat is om verscheidenheid te herkennen.

Ik dacht aan dit experiment toen ik als vrijwilliger van CC Strombeek het circustheater Be kind voor kleintjes van 6 tot 18 maanden bijwoonde. Be Kind is een prachtige voorstelling gemaakt door Emilie Weisse. Zij volgde dans aan de balletacademie in Cannes en ze richtte in 2001 het Emilie Weisse Circustheater op. Be Kind is haar eerste voorstelling en is een geweldig succes.

© icoontheater.nl
© zimihc.nl

Twee circusartiesten, Joris de Jong en Jorga Lok maken 30 minuten lang een zintuiglijke reis voor de kleintjes en hun ouders. De voorstelling start met zacht vogelgezang en dan wordt het een feest van acrobatie, jongleren, spelen met krakend papier of (lichtgevende) ballen. De kleintjes kijken minutenlang gebiologeerd toe hoe de twee acrobaten interacteren. Dan kruipt er eentje op weg naar het speelveld, een tweede volgt en heel snel zijn er tien prutsen spontaan in interactie met de  artiesten. Dat zorgt voor hartverwarmende momenten. Er zijn geen huilbuien, wel  concentratie en interesse van de kleine ukjes.

Hoe kwam Emilie Weisse tot dit circustheater voor baby’s? Ze zag een documentaire over babybreinen en ging aan de slag met psychologe Sabine Hunnius, directeur van het Baby & Child Research Center en hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Voor hun samenwerking ontvingen beide dames de Mingler Scholarship. Het resultaat is een voltreffer voor iedereen vanaf zes maanden en ouder.

Door de ogen van

Rudi Vranckx is een Belgisch oorlogsjournalist op rust. Gedurende 35 jaar volgde hij voor de VRT oorlogen en conflicten en maakte hij documentaires voor Canvas. Nu hij met pensioen is, trekt hij door Vlaanderen met 25 voorstellingen van Door de ogen van. Hij wordt vergezeld door opmerkelijk goede muzikanten.

Hij vertelt over oorlogsgebieden waarin moeders, kinderen en anderen  in de moeilijkste omstandigheden boven zichzelf uitstijgen. Elk verhaal wordt met  muziek afgesloten of met gesproken liedtekst. Dat verhoogt reflectie bij de toeschouwers na het beluisteren van de indrukwekkende en aangrijpende verhalen. Een van de meest pakkende momenten van de avond vond ik het telefonisch gesprek van het zesjarige meisje Hind Rajab met de hulpverleenster van de Rode Halve Maan. Haar familie was, op weg naar een veilige plek, in handen gevallen van Israëlische soldaten. Zij was de enige overlevende van die aanval. De dialoog snijdt je door het hart en eindigt met het zinloos en brutaal vermoorden van Hind. Dan volgt stilte.

Rudi Vranckx neemt geen blad voor de mond en toont de schuldige politieke leiders uit de VS, Rusland en Israël. Hij wil niet dat we wegkijken, dat we gedachteloos gehoorzaam worden en zinloos geweld en het kwaad banaliseren. Dat is precies zijn bedoeling met Door de ogen van. Hij voert ons met zijn verhalen ‘…naar de bergen van Afghanistan, de woestijn in Afrika of de soeks van Bagdad op zoek naar opmerkelijke vrouwen en kinderen. Sommige zijn helden, andere slachtoffers. Jong of oud, moedig of wild. In al die decennia heb ik er velen ontmoet. En nooit vergeten. Dit wordt een tocht in woord, beeld en muziek, zelfs als die verboden was. Want vergis u niet. De geschiedenis vergeet ze maar al te graag, wij niet.’ 

Verhalen uit de Cité en Molenbeek

© erhandemirci.be

Ik ga graag naar de comedyshows van Erhan Demirci. Hij vertelt zijn verhalen altijd op rustige, relativerende wijze en besluit ze met een onverwacht grappig einde.

Met de nieuwste show Made in cité is het anders. In zijn vier vorige avondvoorstellingen plukte hij hoofdzakelijk entertainment uit het leven zoals het is voor iedereen. Nu brengt hij een eerbetoon aan de streek waar hij opgroeide, Limburg. Hij vertelt over zijn kinderjaren als citératje, over zijn hardwerkende vader en zorgzame maar strenge moeder, over de familiereizen met de auto en zijn vader die in de wagen rookte als een Turk, over de wasbeurten thuis in de tobbe… Dat alles vormde zijn blik op de wereld. Die kijk op zijn jeugd brengt hem naar de toekomst in Molenbeek bij de Gen Z-generatie. Dat zijn de jongeren geboren tussen 1997 en 2012. Thuis heeft Erhan Demirci twee zonen, twee Gen Z’tjes. Ze zijn verknocht aan hun gsm, beseffen niet wat hard werken is, ontspannen zich mateloos, voelen nu al de toekomst aan hun voeten… Welke verrassingen die toekomst met zich meebrengt, daar maakt hij zich geen zorgen over, maar wel goede grappen. Ze zijn immers zijn oogappels.

Net die vertederende verhalen over vroeger en nu, meesterlijk verteld met een komisch sausje besprenkeld, maken je avond onvergetelijk.

Totaal niet belachelijk

© henkrijckaert..be

Met zijn tiende show Belachelijk herken je opnieuw Henk Rijckaert in zijn gewone doen als comedian. Hij is druk, energiek, gesticulerend en houdt niet op met luid spreken.

Rijckaert is net vijftig geworden en noemt zichzelf een oude zak. Die leeftijd gaat gepaard met het obligate darmonderzoek. Darmen, kaka… en hop Rijckaert kan er minutenlang humor over tappen.

© ccmaasmechelen.be

Maar vijftig jaar betekent ook dat hij kan mijmeren over het verleden zoals over zijn eerste onhandige ontmoeting met zijn schoonouders, de toenmalige afvalverwerking door verbranding in de grote ton achteraan in de tuin, zijn plekje in het schoolorkest, zijn vreemde kledingkeuzes… Hij rijgt anderhalf uur lang zelfspot, snelle intelligente humor, flauwe grapjes en ironie aan elkaar. Deze tiende productie is dan ook een sterke Vlaamse comedyvoorstelling geworden.