Drie dagen vakantie in Schouwen-Duiveland (Zeeland) waren zonnig, warm, sportief, cultureel en deugddoend. Een bezoek aan Zierikzee mocht zeker niet ontbreken want voor de liefhebbers van fotografie is er in het ontmoetingscentrum de Nieuwe Kerk elke zomer een fototentoonstelling. Dit jaar was het thema The Greatest Photos of the World.National Geographic fotografen stelden er ontzettend indrukwekkende beelden tentoon. Een greep uit het aanbod.
Contemplation
Armand Sarlangue vereeuwigde met Contemplation de ongerepte natuur boven de fjorden van Husfjellet in Noord-Noorwegen. Ruige bergen, open water, het ochtendlicht en de stilte maken dit beeld zo bijzonder voor wie van de natuur houdt. Een ander meer dan geslaagde foto van Armand Sarlangue heeft de naam IJzige kracht. Het is de getuige van een alsmaar zeldzamer natuurbeeld van de Gilkey Gletsjer uit Alaska (VS). De ochtendmist die langzaam optrekt, onthult een immens landschap van de ruwe kracht van een gletsjer. De foto doet reflecteren over de kwetsbaarheid van de natuur.
IJzige krachtBloeiende tuin
Bloeiende tuin werd gemaakt door Martin Gregus. Drie ijsberen bevinden zich tussen bloeiende wilgenroosjes en dat is enigszins bevreemdend. Door de klimaatopwarming en de steeds langer durende ijsvrije periodes brengen de dieren echter steeds meer tijd door op het land van de Hudson Bey, Nunavut (Canada).
Wie naast de imponerende foto’s van de grootmeesters interesse heeft voor het werk van enthousiaste Zeeuwse hobbyfotografen, die vindt mooie portfolio’s op www.fotogroepschouwen-duiveland.nl. Zeker een kijkje waard!
Felicien Rops was een veelzijdig Belgische kunstenaar geboren in Namen in de 19de eeuw. Hij was talentvol als graveur, tekenaar, briefschrijver en in mindere mate schilder. Als onvermoeibaar kunstenaar maakte hij bijna 400 brieven, 1000 gravures en meer dan 350 schilderijen. In Musée Felicien Rops, een oud herenhuis in de voetgangerszone van Namen wordt de vaste collectie van Rops werk tentoongesteld. Dit jaar – van 11 april tot 27 september – wordt de collectie verrijkt met een bruikleen van 517 tekeningen, gravures en kostbare boeken die Victor Arwas (1937-2010) gedurende zijn hele carrière heeft verzameld. Dat is een indrukwekkend aanbod en dus een bezoek aan de expo waard.
Rops was anti-academisch en het is dan ook moeilijk om hem te plaatsen in een afgebakende kunststroming. Zijn stijl inspireert zich op het realisme, impressionisme, symbolisme en japonisme eigen aan de 19de eeuw. Zijn werk is veelzijdig met karikaturen en thema’s als de vrouw, de erotiek, het satanisme, een kritische blik op de bourgeoisie, geestelijkheid en politiek… Daarnaast maakte hij illustraties voor Belgische en Parijse uitgevers, modetekeningen, reclame-ontwerpen en typografische initialen. Het hoeft geen betoog: deze kunstenaar was een volbloed experimentator van vele technieken: lithografie, ets, aquarel, pastel- en houtskooltekeningen. In zijn atelier had hij zelfs een eigen drukpers zodat hij eigenhandig zijn gravures kon drukken.
Een van zijn meester-werken ken je allicht: Pornocratès of La Dame au cochon. Mijn voorkeur gaat naar La dame au pantin et à l’éventail. In het museum wordt dit kunstwerk als volgt toegelicht: “In plaats van de prostituees en de frivole meisjes die hij tot dan toe realistisch had getekend, liet Rops zich nu inspireren door de fin-de-siècle literatuur. Hij begon vrouwen af te beelden die mannen in hun greep hadden en er willoze marionetten van maakten.”
De officiële naam voor het museum in Tervuren over de geschiedenis, cultuur, natuur en biodiversiteit van Afrika is Het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Het museum ontstond immers door toedoen van koning Leopold II na de Wereldtentoonstelling van 1897. De vorst wilde toen een permanente koloniale tentoonstelling organiseren in Tervuren. Een prachtig gebouw werd ontworpen door de Franse architect Charles Girault. In het museum werden o.m. voorwerpen uit Congo aan het publiek getoond maar ook Congolezen werden in Tervuren gehuisvest in een nagebouwd Afrikaans dorp. Zeven van hen overleden tijdens hun verblijf omwille van gezondheidsproblemen door onze koude seizoenen. Wie historisch kritisch is, weet dat het museum eigenlijk diende om steun te winnen voor de Belgische koloniale politiek in Congo.
Tussen 2013 en 2018 is het museum grondig gerenoveerd. Het historische gebouw bleef bewaard, maar het werd uitgebreid met een modern onthaal en een ondergrondse toegang. Ook inhoudelijk werd er grondig gewijzigd. Het AfricaMuseum toont nu niet alleen Afrika aan de hand van foto’s, documenten, muziekinstrumenten, natuurcollecties uit de dierenwereld en de geologie want het blijft een onderzoekscentrum van Centraal-Afrika. Maar het wil ook de bezoekers aan het denken zetten en ze aansporen om het koloniale verleden kritisch te bekijken. De tijdelijke tentoonstelling (van 28.11.2025 tot 27.09.2026) The Congo Panorama 1913. Colonial Illusion Exposed in de nieuwe vleugel doet dit voor meer dan 100 procent. De expo begint met een monumentaal schilderij uit 1913 dat het Belgische kolonialisme verheerlijkte. Tegelijk krijgt de bezoeker aan de hand van foto’s, kaarten, persoonlijke verhalen… een duidelijk beeld van hoe geweld, slavernij, uitbuiting en verzet verdoezeld werden in de Belgische koloniale politiek.
Bezoek eens het Museum ’t Gasthuys in Aalst want dat is echt de moeite. Het ligt eigenlijk een beetje verborgen achter het cultuurhuis De Werf en de schoolgebouwen van de Dames van Maria, maar je vindt het wel.
Op de bovenverdieping bevindt zich de permanente expo van het Aalsterse carnaval. Je verneemt er alles over het Ros Balatum, de Aalsterse Gilles, de Voil Jeannetten en de reuzen (Iwein en Lauretta, het kindeken Baba, de reuzenkat, Majoor Cans, Vosse Kilo, ons Paula en haar Floreken en Florisken). Alles is mooi gepresenteerd. Aalst maakte terecht werk van dit cultureel erfgoed.
In andere zalen worden schilderijen van Valerius De Saedeleer tentoongesteld. Hij is geboren in Aalst in 1867 en werd een van de bekendste landschapsschilders uit Vlaanderen. Je parcours start met een bondige biografische film. Nadien word je geraakt door de stijl van de kunstenaar: weidse maar stille, eenvoudige landschappen in verschillende seizoenen en zachte kleuren. Die tonen wat hij zo goed kon: wat hij voelde op canvas brengen.
Een derde luik van je bezoek brengt je naar de gerestaureerde ruimten van ’t Gasthuys. Hier beland je in de geschiedenis van Aalst. Met behulp van oude kaarten, foto’s en boeken leer je meer over deze stad. Alles wordt boeiend uitgelegd. Mij blijft vooral de foto van priester Daens bij. Hij was belangrijk als voorvechter van de rechten van de arbeiders in het verleden. Je bezoek eindigt in de kruidentuin van de gasthuiszusters. Heerlijk vertoeven is het daar tussen de geneeskundige kruiden die overschaduwd zijn door een immense vijgenboom.
En dan is er nog een leuk toemaatje: wie dit museum met de museumpas bezoekt, krijgt een gratis consumptie. Om eerlijk te zijn… dit werd een topbezoek.
Op de 8ste verdieping van het Museum aan de Stroom (MAS) vind je prachtige kunstvoorwerpen in goud, jade, steen textiel en schelp. Ze getuigen van het vakmanschap van de bewoners van Amerika van voor 1500. De collectie Kunst van Amerika bevat meer dan 400 voorwerpen die oorspronkelijk de eigendom waren van Dora Janssen-Arts. Ze schonk alles aan de stad Antwerpen en zo kan elke MAS-bezoeker genieten van deze topstukken.
De geschiedenis van de nieuwe tijd interesseerde me mateloos. Het leerplan geschiedenis van het vierde jaar secundair adviseerde om projecten uit te werken en die kans greep ik met beide handen. Het thema was snel gevonden m.n. de veroveringstochten van de conquistadors en het dagelijks leven van de precolumbiaanse volkeren. Reden genoeg om in mijn vrije tijd een bezoek aan Kunst van Amerika in het MAS te plannen. Wat weten we toch weinig van deze oude beschavingen! Telkens is het een pure ontdekking van feiten. Ik laat er een aantal op je los.
Glimlachend de dood tegemoet
De tijd werd beleefd als cyclisch, als een kringloop van seizoenen. De natuur was heilig en speelde een belangrijke rol. Dieren, planten, natuurverschijnselen werden gekoppeld aan goden en geesten van voorouders. Nieuw leven kon dan ook pas ontstaan uit de dood, net als in de natuur. Volgens de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika en de Andes zorgden de goden voor de mensheid in ruil voor giften. Bij het ontstaan van de wereld hadden de goden immers zichzelf geofferd om de mens te laten leven. Door aan hen mensen of bloed te offeren bleef de balans in de wereld behouden. Het was de garantie op nieuw leven voor mens, dier en plant. Dat die offergaven van mensenlevens redelijk beschaafd gebeurden, kon worden afgeleid uit de smiling face-figuren die gevonden werden aan de oostkust van Mexico. Mogelijk stellen de beeldjes mannen en vrouwen voor die eerst werden gedrogeerd, zich vervolgens lachend overgaven aan muziek en dans maar uiteindelijk ritueel werden onthoofd.
Etalagekast met sieradenHoofdtooi met dierenschedel, bont, veren, hout, wol en haar
Wat was het meest kostbare materiaal uit die tijd? Dora Janssen viel figuurlijk voor alles wat blonk. De goed gevulde juwelenkasten met gouden sieraden zijn daar een bewijs van. Het valt in de sieradencollectie op hoe bedreven de precolumbiaanse goudsmeden wel waren. Anderzijds was er jade, een zeldzaam gesteente. De Olmeken en Maya’s maakten er beelden en juwelen van. De groenblauwe kleur was voor hen het symbool voor water en nieuwe plantengroei. Deze siervoorwerpen waren enkel bestemd voor de Mayavorsten en hun hofhouding. Zij waakten immers over de vruchtbaarheid van natuur en mens en droegen daarom veel jade juwelen. Voor de volkeren uit de Andes waren weefsels van katoen, veren en wol waardevoller dan goud. Veren van felgekleurde vogels uit het tropisch regenwoud, wol van lama’s en alpaca’s uit de bergen werden omgetoverd tot complexe en kleurrijke kunstwerkjes. Ze werden meegegeven in het graf van de overledene. Door de droge woestijngrond lijken ze 2000 jaar later nog als nieuw.
Er is nog veel werk aan de wetenschappelijke winkel om dit erfgoed te begrijpen. De meeste volkeren uit Amerika hadden geen schrift waardoor er weinig geschreven informatie is. Vele inboorlingen stierven want de conquistadors brachten Europese ziekten met zich mee. Kroniekschrijvers uit Europa waren in hun geschriften vooral beïnvloed door het geloof en de hebzucht van de Europese vorsten. En de collectie van Dora Janssen-Arts is gekocht in kunsthandels en niet verworven via de plaatselijke bevolking. Zo is er een gemis aan contextuele informatie.
Nieuwe onderzoekstechnieken zullen in de toekomst allicht ingezet worden om objecten te dateren of om de productiewijze van voorwerpen te achterhalen. Ook een bezoek aan de expo in het MAS is al een kleine stap in de goede richting van kennis en ontdekking. (Met dank voor de informatie van de curatoren en onderzoekers.)
KARL – Israël gebruikt honger als oorlogswapen Trends ’25
Het Cartoonfestival in het Cultuurcentrum Scharpoord in Knokke is altijd een beetje kijken naar het “lelijke” op deze aardbol. Een van de cartoonisten, Karl Meersman omschrijft het doel van cartoons met een treffende quote: Humor is overwonnen verdriet. Onder de artiestennaam KARL is Meersman bekend met zijn karikaturen en portretten voor de bladen Trends (sinds 1987) en Focus Knack (sinds 2002).
Het tekenen van cartoons en politieke spotprenten is altijd belangrijk geweest in vrije samenlevingen. Met humor, overdrijving, satire kan de cartoonist politieke, religieuze of culturele gevoeligheden bespreekbaar maken. Maar in onze tijdens wordt dat voor tekenaars meer dan gevaarlijk. Door de sociale media kunnen spotprenten in een mum van tijd over de hele wereld verspreid worden. Wie de bedoeling van de cartoon niet ten volle begrijpt, kan zich bedreigd voelen en online haatcampagnes starten. Bepaalde cartoonisten hebben zelfs te maken gehad met doodsbedreigingen of aanslagen. Toch blijven cartoonisten hun taak belangrijk vinden.
duBus La Dernière Heure ’25
Satire hoort nu eenmaal bij democratie en persvrijheid. De reacties over cartoons tonen niet alleen hoe gepolariseerd onze wereld is maar ze maken ook duidelijk dat vrijheid broos is. Daarom krijgen cartoons best een plaats in de geschreven media en natuurlijk in festivals en exposities.
ModemuseumAntwerpen viert dit jaar dat de Zes van Antwerpen veertig jaar geleden internationale bekendheid kregen. Wie kent de zes illustere modeontwerpers van de Antwerpse modeacademie niet van naam? Even opgesomd: Dirk Bikkenbergs, Ann Demeulemeester, Walter Van Beirendonck, Dries Van Noten, Dirk Saene en Marina Yee.
Ze worden vaak als één groep gezien, maar dit is niet zo. Ieder had een eigen stijl en dat merk je aan hun creaties, ontwerptekeningen, uitnodigingen voor individuele modeshows… Maar een ding hadden ze wel gemeen: durf en creativiteit. In de tentoonstelling worden dan ook zes looks zichtbaar: sportief, lyrisch, gedurfd, luxueus, origineel en vrouwelijk.
Rijkelijke stoffen en ontwerpen (Dries Van Noten)Gedurfd en creatief (Walter Van Beirendonck)
Een deelexpo Embroidering Palestine is eveneens de moeite waard om te bezoeken. MoMu “stelt er de tatriz centraal: een borduurtraditie die eeuwenlang niet alleen esthetiek, maar ook identiteit en gemeenschap vorm gaf.’ Er wordt prachtig erfgoed getoond, dat ontleend is aan o.a. het Musée du Quai Branly in Parijs, het Textile Research Centre in Leiden, en het Palestinian Museum in Birzeit. Doordat historische en recente Palestijnse ontwerpen naast elkaar opgesteld staan, ontdekt de bezoeker hoe tatriz zich aanpaste aan nieuwe realiteiten.
De tentoonstelling Bellezza e bruttezza die momenteel loopt in Bozar (Brussel) is een pareltje. Ze toont hoe in de renaissance kunstenaars uit Italië en Noord-Europa schoonheid en lelijkheid hebben afgebeeld. Wat een bravourestuk is het geweest om zovele schilderijen, boeken, beelden, juwelen, een authentieke handspiegel en parfumflacons uit het laatste kwart van de vijftiende eeuw tot het einde van de zestiende eeuw samen te brengen. Voor de bezoekers is een gratis tentoonstellingsgids beschikbaar. Die is fraai en kleurrijk geïllustreerd en heel informatief.
Portret van Giulia Gonzaga door Titiaan (fragment)
De tentoonstellingszalen zijn thematisch ingedeeld. In de eerste exporuimte verneem je dat schoonheid en lelijkheid in de kunst sterk beïnvloed waren door de oudheid en aan strenge eisen moesten voldoen. Leon Battista Alberti beschreef die in het boek De pictura (1541). Albrecht Dürer tekende en noteerde in Vier B¨ucher von menschlicher Proportion zelfs meetbare verhoudingen voor een ideaal lichaam.
Simonetta Vespucci door Sandro Botticelli (fragment)
De ideale schoonheid werd vooral in vrouwelijke vorm afgebeeld; meer bepaald in portretten van mooie dames. Portretten van een man waren minder idealistisch. Dit blijkt uit de afbeeldingen van Karel V met de Habsburgse kin in zaal twee. En zo belandt de bezoeker bij de lelijkheid. In de twee volgende ruimten zijn dat monsters zoals de dwerg, de nar, de zot en andere fysieke afwijkingen zoals de opvallende haargroei in het Portret van Madeleine Gonzales.
Portret van Madeleine Gonzales (anoniem)
Aan de weergave van lelijkheid in de kunst werd door de artiest vaak de ondeugd gekoppeld. Wie lelijk was, was gulzig, hebzuchtig, seksueel belust… Van al die personificaties zijn in deze expo tal van satirische schilderwerken verzameld. De vijfde en laatste zaal brengt bellezza en bruttezza samen in schilderijen met ongelijke paren. De oude vrouw met de jongere gigolo, de oude man en de op geld beluste jonge vrouw, de nimf en de sater…
De ondertitel van de tentoonstellingsgids is Het ideale, het reële en het karikaturale in de renaissance. Dit is een geslaagde samenvatting van wat je als bezoeker te zien krijgt. De expo loopt in Bozar tot 14 juni en zal nadien in aangepaste vorm in de Gallerie d’Italia in Milaan te zien zijn van 9 juli tot 18 oktober 2026. Maar het kan ook korter bij huis.
Van 26 maart tot en met 19 april kan je in het gc de oude pastorie in Kapelle-op-den-Bos een mooie tentoonstelling bezoeken. De leden van de Kunstkring Strombeek-Bever stellen hun werk voor. Dat resulteert in een gevarieerd aanbod van 65 kunstwerken. Echt de moeite waard! De expo is gratis en elke dag zijn er kunstenaars aanwezig die je vriendelijk ontvangen. Ze gaan geen gesprek uit de weg en zo verneem je uit eerste hand en met veel enthousiasme hoe hun creaties zijn ontstaan.
Mijn favorieten waren de werken van Lydia Cauwenberghs, Patrick Hostenbach en Els Hattink. Maar ook de knipoogjes naar bekende kunstenaars zoals Michael Borremans, Claude Monet, Jackson Pollock, Gerhard Richter… die Nadine De Cock had ontworpen, waren prettig origineel. Zelf schrijft ze er het volgende over: ‘Voor de serie ‘Een knipoog naar… heb ik gebruik gemaakt van bestaande meesterwerken. Het zijn originele olieverfschilderijtjes geworden waar ik mijn eigen ding van gemaakt heb. De miniatuur figuurtjes en gevonden voorwerpen helpen mij het verhaal te vertellen.’
Heerlijk om op een ijskoude zondagnamiddag in februari de tentoonstelling Rik Wouters & Nel te bezoeken in het Museum Hof van Busleyden in Mechelen!
In een eenkamerexpo bewonder je er 14 werken van kunstschilder, etser, beeldhouwer en tekenaar Rik Wouters (1882 – 1916). Een van de topstukken, De rode gordijnen (1913) heeft er terecht een ereplaats. Het stelt Nel of voluit Hélène Duerincks voor, de partner en muze van de kunstenaar. Wat opvalt is de rood-wit gestreepte jurk die een eenheid vormt met de rode satijnen gordijnen. De Vlaamse regering kocht dit topstuk voor bijna 1,8 miljoen euro. Dit bedrag bewijst de unieke plek die het werk heeft in het totale oeuvre van Wouters.
Rik Wouters was amper 34 jaar toen hij overleed aan de gevolgen van kaakkanker. Werd die vroege dood veroorzaakt door het loodgehalte in de toenmalige verf of door de zuren die hij gebruikte bij het etsen? Wie zal het zeggen? Komt daarbij dat hij opgeroepen werd als soldaat in WO I voor de verdediging van de stad Luik om de Duitse opmars tegen te houden; wat niet lukte. Hij kwam uiteindelijk terecht in Nederland in Kamp Zeist. In die periode manifesteerde zijn ziekte zich fors. Door tussenkomst van Nel kreeg Rik van de kampcommandant toestemming om 5 dagen per week in de namiddag wandelingen te maken met haar. Hij maakte toen schetsen en schilderijen van de bosrijke kampomgeving. Omdat de ziekte verergerde, kreeg hij verlof voor onbepaalde tijd. Het mocht niet baten: op 11 juli 1916 overleed hij.
Op amper 10 jaar had de jonge kunstenaars 170 schilderijen, 35 beelden, 50 etsen, 40 pastels en 1500 tekeningen gemaakt en dat kon tellen. Na zijn dood maakte Nel meer dan 50 jaar lang werk van de conservatie van het oeuvre. Mijn voorkeur gaat uit naar de huiselijke taferelen met zijn muze, Nel. Je ziet haar in een ets resp. een tekening in de expo. Ze rust en leest en dit in een sfeer van broos geluk.