De brievenbezorgster van Puglia is een warme roman die historische gebeurtenissen combineert met een verhaal over liefde, familie, emancipatie en moed. De schrijfster, Francesca Giannone won met haar debuutroman La portalettere de boekhandelsprijs in Italië. In 2023 was de roman immers het bestverkochte boek in het hele land. Er gingen meer dan 600.000 exemplaren over de toonbank. Het verhaal is niet louter fictief maar is geïnspireerd op Francesca’s overgrootmoeder, die postbode was.
Giannone neemt je mee naar Puglia en dompelt je onder in de Italiaanse cultuur met haar landschappen, tradities en het dagelijks leven. Haar verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van het opkomend fascisme, de strijd om de vrouwenrechten en de sociale veranderingen van de jaren ’30 tot ’60. Alle personages zijn geloofwaardig. De hoofdpersoon Anna inspireert omdat ze – vrijgevochten zoals ze is – ingaat tegen alle tradities en de eerste vrouwelijke postbode wordt in het dorp Lizzanello nabij Lecce. De familiale conflicten veroorzaakt door onuitgesproken geheimen houden je als lezer bij de les. Soms weet de lezer gewoon meer dan de personages en dat verhoogt de spanning.
Redenen te over om De brievenbezorgster van Puglia te lezen. Trouwens, dan sluit je aan bij de grote groep Italiaanse lezers die de roman verslonden hebben.
Bezoek eens het Museum ’t Gasthuys in Aalst want dat is echt de moeite. Het ligt eigenlijk een beetje verborgen achter het cultuurhuis De Werf en de schoolgebouwen van de Dames van Maria, maar je vindt het wel.
Op de bovenverdieping bevindt zich de permanente expo van het Aalsterse carnaval. Je verneemt er alles over het Ros Balatum, de Aalsterse Gilles, de Voil Jeannetten en de reuzen (Iwein en Lauretta, het kindeken Baba, de reuzenkat, Majoor Cans, Vosse Kilo, ons Paula en haar Floreken en Florisken). Alles is mooi gepresenteerd. Aalst maakte terecht werk van dit cultureel erfgoed.
In andere zalen worden schilderijen van Valerius De Saedeleer tentoongesteld. Hij is geboren in Aalst in 1867 en werd een van de bekendste landschapsschilders uit Vlaanderen. Je parcours start met een bondige biografische film. Nadien word je geraakt door de stijl van de kunstenaar: weidse maar stille, eenvoudige landschappen in verschillende seizoenen en zachte kleuren. Die tonen wat hij zo goed kon: wat hij voelde op canvas brengen.
Een derde luik van je bezoek brengt je naar de gerestaureerde ruimten van ’t Gasthuys. Hier beland je in de geschiedenis van Aalst. Met behulp van oude kaarten, foto’s en boeken leer je meer over deze stad. Alles wordt boeiend uitgelegd. Mij blijft vooral de foto van priester Daens bij. Hij was belangrijk als voorvechter van de rechten van de arbeiders in het verleden. Je bezoek eindigt in de kruidentuin van de gasthuiszusters. Heerlijk vertoeven is het daar tussen de geneeskundige kruiden die overschaduwd zijn door een immense vijgenboom.
En dan is er nog een leuk toemaatje: wie dit museum met de museumpas bezoekt, krijgt een gratis consumptie. Om eerlijk te zijn… dit werd een topbezoek.
Wolf van Lara Taveirne is een hartverscheurend mooi en poëtisch boek over rouwverwerking. Het is het waargebeurde verhaal van Lara Taveirnes jongste broer Wolf. Toen hij achttien was en op studentenkamer woonde, verdween hij zonder enig teken van afscheid of verklaring na te laten. Hij trok naar Zweden, naar het noorderlicht. Een week later gaf hij er zich in een bos over aan de vrieskou. Zes maanden nadien werd zijn lichaam toevallig gevonden. Onder zijn kleren ontdekten de speurders zijn dagboek met aantekeningen over zijn laatste reis. Hierover schreef Lara Taveirne een emotioneel en persoonlijk boek, Wolf. Het werd haar reis van rouw, herinnering en gemis.
Wolf is een boek dat je in een keer wil uitlezen. Het leest makkelijk omdat het bestaat uit kleine stukjes tekst met herinneringen die op dat moment in het hoofd van de schrijfster opkomen. Het is geschreven in een prachtige taal en je leest zinnen die je als hebbedingetjes wil overschrijven en bijhouden. Het boek is een ode aan literatuur door een aantal mooie citaten en verwijzingen naar andere romans. En hoewel het over een verschrikkelijk drama gaat dat de familie Taveirne is overkomen, is het op geen enkel moment zwaar op de hand.
Ik ben zeker van plan om ander werk van Lara Taveirne te lezen.
Op 28 juni 2026 was mijn laatste voorstelling gepland in mijn abonnement. Het was die avond bloedheet in de schouwburg van CC Strombeek. De organisatoren wilden de voorstelling DE SITCOMEBACK van DE HOE toch in optimale omstandigheden laten doorgaan. Daarom kreeg iedereen bij de ticketcontrole een fris flesje mineraalwater en een waaier. En dat werkte! Het enthousiasme van elkeen die de warme zomeravond in de schouwburg zou trotseren, was voor 100 % gegarandeerd. En wat een grandioos toneel werd het! Voor mij ‘Het beste van het beste’.
In DE SITCOMEBACK onderzoekt de toneelgroep wat er zo mis is aan succes hebben bij het publiek. Die vraag komt er nadat in het vorige seizoen DE SITCOM een duizelingwekkend publieksucces was.
Tijd dus voor reflectie via lange therapeutische gesprekken tussen Natali, Willem, Greg, Peter en Ans die trouwens knap gemodereerd worden door twee jonge stagiair-acteurs: Julie Boellaar en Sweder de Sitter. Het onderwerp van de bezinning is dus simpel. Hebben de acteurs zich niet verloren in hun succesvol spel? Beseffen ze nog wat werkelijkheid is en wat gespeeld wordt? Er volgt een intense woordenvloed hierover. Die vraagt veel van een publiek dat wellicht dacht een nieuwe slapstickproductie te zien; zoals de vorige editie DE SITCOM. Bovendien worden, naast de vele discussies en gesprekken intermezzi via videoprojectie getoond van popicoon Cher (telkens vertolkt door een ander acteur) en Cher-imitator Chad Michaels. Altijd herhaalt zich de vraag: wie is echt en wie is een kopie? Is het Cher die zich via allerhande plastische ingrepen een nieuw en fris uiterlijk gaf en/of haar imitator??? En wat dan met de leden van DE HOE??? Zijn zij nog authentiek???
Net die reflectie is de sterkte van dit toneel. Telkens ironie als vorm van humor inzetten als medium om na te denken over: lukt het DE HOE om nog authentiek te zijn? Wie en wat is nog echt? De toeschouwers worden voortdurend op een verkeerd been gezet en vooral op het einde wanneer er plots een telefoon rinkelt. Natali neemt op en de boodschap is niet min: in een vorige opvoering is een toeschouwer overleden door te hard te lachen. Maar is dit echt en kan je wel doodgaan van een stevige lach? En zo ja, wie is dan schuldig? De acteurs? Kunnen ze beticht worden van doodslag? Misschien moeten ze vluchten langs de zes deuren van het decor? Maar moet je die deuren openen en zo in de handen van het gerecht vallen? Of moet je ze net dicht houden om te ontkomen aan de justitie? De suspense en de snelle humor van een klassieke deurenkomedie vormen een pittig einde. Geen wonder dat er een minutenlange staande ovatie was. Meer dan terecht!!!
De conference Babel begint een mop over de zwarte hond. De toeschouwers bulderen van het lachen, maar eigenlijk begrijpt niemand wie die hond is. Alleen wordt snel duidelijk dat Raf (60) zich identificeert met dat dier. Die herkenning vindt haar oorsprong in zijn puberjaren. Zijn vader noemde hem een moederskind terwijl Mich (57) het vaderskind was omwille van de grote zielsgelijkenis. Raf heeft decennialang niet begrepen waarom zijn vader blijkbaar meer van zijn jongere zoon hield. En… hij heeft het hem nooit gevraagd.
Met zo’n intro ben je voor de volle honderd procent opgezogen in Babel, de nieuwe productie van Kommil Foo. De tragiek van wat nooit uitgesproken werd, is eigenlijk de rode draad van de voorstelling. Het zwarte-hond-gevoel heeft ervoor gezorgd dat Raf – zoals hij dat zelf zegt – perfectionistisch is en hunkert naar liefde. Dat wordt o.a. uitgebeeld in de scène met de zwarte tafel, die letterlijk de metafoor is van gesprekken van de laatste kans. Raf ligt uitgestrekt op het tafeloppervlak. Hij verbeeldt overleden te zijn: ogen gesloten, handen gevouwen op de buik. Mich bewierookt de dode broer met de allermooiste woorden en herinneringen aan hun gezamenlijk leven. De dode glundert en voegt zelfs aanvullingen en correcties toe. De zaal reageert telkens met buldergelach. Dan volgt een kentering als Mich existentiële bedenkingen uitspreekt over hoe het na meer dan veertig jaar van gezamenlijk optreden zal zijn als hij het alleen verder moet met de shows. De vergankelijkheid van het leven en roemrijke plagerijen die ze samen beleefden, wisselen elkaar af in dit deel van het zwarte-hond-verhaal. Het resultaat is dat de lijkrede hilarisch is.
Daarnaast vond ik de live-opnames met close-ups van de twee broers bijzonder geslaagd. Vooral wanneer de ene broer – in miniformaat – hemelse aardigheden en duivelse kwellingen in het oor van de andere fluisterde.
De titel Babel komt uit de bijbel en staat voor spraakverwarring of communicatiestoornis. In deze voorstelling is het net anders: de band tussen beide broers is zo sterk dat ze aan één woord of zelfs met stilte genoeg hebben om op dezelfde lijn te zitten.
Het was opnieuw daverend genieten van Kommil Foo en dit door een goede balans tussen humor en melancholie. Volgend seizoen Babel zeker op je must-see-and-hear-lijst zetten.
In het Nationaal Park Bosland in Pelt kan je heel wat wandelingen maken tussen het uitgestrekte groen. Een opmerkelijk wandeltraject heet Wandelen met wielen en ligt in de nabijheid van een revalidatiecentrum in Pelt.
Pakkend mooie foto’s worden op verschillende plekken op die route tentoongesteld. Ze nodigen uit tot een rustmoment en interpretatie van de beelden. Die zijn het resultaat van een opleiding die zeven fotografen volgden bij Carla Kogelman. Zij is niet de eerste de beste, want ze was al vaker laureate van fotowedstrijden. Om er maar eentje te noemen: in 2014 won ze bij World Press Photo de eerste prijs in de categorie Observed portrait. Carla Kogelman heeft in haar fotografisch werk vooral oog voor de menselijke kwetsbaarheid. Broosheid en de sterkte die daaruit kan groeien, was dan ook het onderwerp van het traject dat de zeven deelnemers volgden van april tot eind september 2025.
Jean-Paul Van den Abeele was een hen. Hij koos als onderwerp de laatste levensdagen van een resident van een WZC. Het zorgcentrum, bewoner Philippe (een schuilnaam) en zijn familie stemden vanzelfsprekend in met het initiatief. Het werden mooie maar vooral aandoenlijke foto’s van afscheid nemen, loslaten en gemis.
Wil je het parcours nog doen en de overige thema’s verkennen, dat kan tot eind 2026.
Ik geef het grif toe. De roman lag al jaren op mijn leestafel en – shame on me – nu heb ik hem pas gelezen. Shuggie Bain is het autobiografisch debuut van Douglas Stuart. Hij werkte tien jaar aan de roman tot die uiteindelijk op de markt kwam in 2020. De eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat het werk voordien door maar liefst 32 uitgevers afgewezen was. Doorzetters winnen en gelukkig maar want in datzelfde jaar werd Shuggie Bain winnaar van de Booker Prize.
Het verhaal is rauw en zwaar en speelt zich af in Glasgow (Schotland), waar de auteur ook opgroeide. De setting in de tijd is eveneens belangrijk voor het verhaal. Tijdens het politieke mandaat van premier Margaret Thatcher in de jaren ’80 werden de Schotse mijnen gesloten, wat enorme werkloosheid en armoede veroorzaakte. Agnes, de moeder van Shuggie kampt in die sociaal moeilijke jaren met een alcoholverslaving. De jonge Shuggie is enorm toegewijd in de zorg voor haar. Hij neemt eigenlijk de rol van ouder op zich en dit ten koste van zijn eigen schoolse opleiding en homofiele identiteitsontwikkeling.
De roman is emotioneel ingrijpend voor de lezer, maar paradoxaal genoeg laat Stuarts realistische stijl en eerlijke autobiografie de geboeide lezer niet los.
Het verhaal is ontroerend eenvoudig. De jonge Nico moet de zomervakantie doorbrengen bij zijn oudtante Gela. Ze woont in een appartementsblok in Sicilië waar er ook leeftijdsgenoten van Nico zijn met wie hij niet zo direct contact kan leggen. De verschillen tussen de moderne stadsjongen en de speels-ondeugende jongeren zijn aanvankelijk te groot. Ook met Gela loopt het niet altijd van een leien dakje. Ze is streng, katholiek, en tuk op haar dagelijkse ritme. Dat alles wordt verstoord door een moderne Nico die graag gekluisterd is aan zijn gsm. Althans zo ervaren Gela en haar vriendinnen dat. Stilaan komt Nico te weten dat Gela geleefd heeft met afscheid nemen; iets waar hij op datzelfde moment ook mee te maken heeft. Dat zet de poort open naar wederzijds begrip.
De film is een mooie ode aan de menselijke behoefte om contact te leggen en geeft een prachtig beeld van hoe het leven is in een Siciliaanse traditionele leefgemeenschap. Zeker een aanrader voor wie zin heeft in een hartenbreker.
Laatstejaars van Sint-Donatus Secundair namen opnieuw deel aan de Geschiedenis Olympiade van de Gentse universiteit. Ze deden onderzoek over moedige, plaatselijke verzetslui tijdens W.O.II en maakten er een adembenemende jeugdroman van, die ze bovendien in het Engels schreven. Zo’n vakoverschrijdend project werd een echt bravourestuk!!!
Ik las The Visit in een ruk uit en ik beveel het je ten stelligste aan. Het verhaal begint namelijk ontzettend spannend. Het gaat over bekende verzetslui uit onze gemeente en omgeving. Wat die helden in de oorlog deden, wordt zo geloofwaardig verteld. De aantrekkelijke stijl met korte zinnen en gevatte dialogen neemt je volledig mee in de vertelling. En geen nood… je valt absoluut niet over het gebruik van een vreemde taal i.c. Engels. Ten slotte maken een knappe structuur en mooie illustraties het boek echt af.
Heerlijk dat jongeren interesse hebben voor oorlogsfeiten die decennia terug dagelijks terreur zaaiden. Bemoedigend dat ze echte helden erkennen of zoals ze schrijven: ‘Real courage does not always come from soldiers. Sometimes it comes from ordinary people who simply choose to do the right thing.’ Proficiat aan de begeleidende leerkrachten, mevrouw L. Hoste (geschiedenis) en mevrouw K. Bertels (Engels) en natuurlijk een dikke pluim voor de jonge onderzoekers, auteurs en tekenaar.
Op de 8ste verdieping van het Museum aan de Stroom (MAS) vind je prachtige kunstvoorwerpen in goud, jade, steen textiel en schelp. Ze getuigen van het vakmanschap van de bewoners van Amerika van voor 1500. De collectie Kunst van Amerika bevat meer dan 400 voorwerpen die oorspronkelijk de eigendom waren van Dora Janssen-Arts. Ze schonk alles aan de stad Antwerpen en zo kan elke MAS-bezoeker genieten van deze topstukken.
De geschiedenis van de nieuwe tijd interesseerde me mateloos. Het leerplan geschiedenis van het vierde jaar secundair adviseerde om projecten uit te werken en die kans greep ik met beide handen. Het thema was snel gevonden m.n. de veroveringstochten van de conquistadors en het dagelijks leven van de precolumbiaanse volkeren. Reden genoeg om in mijn vrije tijd een bezoek aan Kunst van Amerika in het MAS te plannen. Wat weten we toch weinig van deze oude beschavingen! Telkens is het een pure ontdekking van feiten. Ik laat er een aantal op je los.
Glimlachend de dood tegemoet
De tijd werd beleefd als cyclisch, als een kringloop van seizoenen. De natuur was heilig en speelde een belangrijke rol. Dieren, planten, natuurverschijnselen werden gekoppeld aan goden en geesten van voorouders. Nieuw leven kon dan ook pas ontstaan uit de dood, net als in de natuur. Volgens de oorspronkelijke bewoners van Midden-Amerika en de Andes zorgden de goden voor de mensheid in ruil voor giften. Bij het ontstaan van de wereld hadden de goden immers zichzelf geofferd om de mens te laten leven. Door aan hen mensen of bloed te offeren bleef de balans in de wereld behouden. Het was de garantie op nieuw leven voor mens, dier en plant. Dat die offergaven van mensenlevens redelijk beschaafd gebeurden, kon worden afgeleid uit de smiling face-figuren die gevonden werden aan de oostkust van Mexico. Mogelijk stellen de beeldjes mannen en vrouwen voor die eerst werden gedrogeerd, zich vervolgens lachend overgaven aan muziek en dans maar uiteindelijk ritueel werden onthoofd.
Etalagekast met sieradenHoofdtooi met dierenschedel, bont, veren, hout, wol en haar
Wat was het meest kostbare materiaal uit die tijd? Dora Janssen viel figuurlijk voor alles wat blonk. De goed gevulde juwelenkasten met gouden sieraden zijn daar een bewijs van. Het valt in de sieradencollectie op hoe bedreven de precolumbiaanse goudsmeden wel waren. Anderzijds was er jade, een zeldzaam gesteente. De Olmeken en Maya’s maakten er beelden en juwelen van. De groenblauwe kleur was voor hen het symbool voor water en nieuwe plantengroei. Deze siervoorwerpen waren enkel bestemd voor de Mayavorsten en hun hofhouding. Zij waakten immers over de vruchtbaarheid van natuur en mens en droegen daarom veel jade juwelen. Voor de volkeren uit de Andes waren weefsels van katoen, veren en wol waardevoller dan goud. Veren van felgekleurde vogels uit het tropisch regenwoud, wol van lama’s en alpaca’s uit de bergen werden omgetoverd tot complexe en kleurrijke kunstwerkjes. Ze werden meegegeven in het graf van de overledene. Door de droge woestijngrond lijken ze 2000 jaar later nog als nieuw.
Er is nog veel werk aan de wetenschappelijke winkel om dit erfgoed te begrijpen. De meeste volkeren uit Amerika hadden geen schrift waardoor er weinig geschreven informatie is. Vele inboorlingen stierven want de conquistadors brachten Europese ziekten met zich mee. Kroniekschrijvers uit Europa waren in hun geschriften vooral beïnvloed door het geloof en de hebzucht van de Europese vorsten. En de collectie van Dora Janssen-Arts is gekocht in kunsthandels en niet verworven via de plaatselijke bevolking. Zo is er een gemis aan contextuele informatie.
Nieuwe onderzoekstechnieken zullen in de toekomst allicht ingezet worden om objecten te dateren of om de productiewijze van voorwerpen te achterhalen. Ook een bezoek aan de expo in het MAS is al een kleine stap in de goede richting van kennis en ontdekking. (Met dank voor de informatie van de curatoren en onderzoekers.)