
Orphan (Árva in het Hongaars) is geregisseerd door László Nemes en ging in 2025 in première op het Filmfestival van Venetië. Het is een rauwe maar indrukwekkende bioscoopfilm.
De hoofdpersoon is Andor, een 12-jarige jongen die samen met zijn moeder Klára in Boedapest woont. De stad is ruïneus na de Tweede Wereldoorlog en de Hongaarse Revolutie uit de jaren ’50. Andor heeft het in die omgeving niet gemakkelijk. Er heerst repressie en geweld. Maar er is ook zijn persoonlijke zoektocht. Al jaren wil hij zijn vader Hirsch terugvinden. Die verdween in de pogrom van Wereldoorlog II. Hij idealiseert hem als perfecte papa. Het noodlot slaat echter toe met de komst van Berend, een ruwe man van het platteland die blijkbaar gelinkt is aan het mysterieuze verleden van zijn moeder. Hij beweert Andors vader te zijn en dit maakt de adolescent verward, angstig en kwetsbaar.
Orphan greep me naar de keel omwille van de beklemmende sfeer en de historische context. Door op 35mm te filmen laat deze coming-of-age prent een sterk visuele indruk na. Vanaf het begin wordt de kijker bovendien in een ongemakkelijke sfeer ondergedompeld door het verhaal over verlies, eenzaamheid en trauma.
De Latijnse titel Amor Fati betekent Liefde voor het lot en daarmee verwijst van der Wal naar het lot dat hem tien jaar geleden naar Vlaanderen bracht. Hij verhuisde vanuit Nederland naar Antwerpen. Dat betekende een heuse aanpassing aan de Vlaamse cultuur. Nochtans spreken Nederlanders en Vlamingen dezelfde taal. Of niet??? De show begon daarom met een ironische knipoog naar hoe Vlamingen een gesprek met een onbekende beginnen. Van der Wal imiteerde ‘ja ja’ in alle toonaarden. Herkenbaar en grappig voor de toehoorders. De sfeer was dan ook dadelijk gezet.