
Hugo Claus schreef in 1988 de monoloog Gilles!. Hij maakte dit werk speciaal voor de grootmeester van het theater, Jan Decleir. Die trok toen naar de theaterzalen met een urenlange monoloog, geregisseerd door Claus zelf.
37 jaar later acteert Decleir in een remake van de monoloog. Die ingekorte versie kadert in Bye Bye Bourla, een festival van het Toneelhuis naar aanleiding van de restauratie van de Antwerpse schouwburg. Gilles! is het verhaal van Gilles de Rais, een schatrijke Franse maarschalk uit de 15de eeuw en medestander van Jeanne d’Arc in de Honderdjarige Oorlog. Hij was ook de allereerste seriemoordenaar van tientallen kinderen. In de monoloog Gilles! verantwoordt hij zich voor de misdaden die hij beging. Hij doet dit voor een kerkelijk tribunaal. Speciaal aan de voorstelling is dat de toeschouwers er deel van uitmaken. Ze krijgen allerlei vragen van acteur Decleir over de delicten, net als in een echte rechtszaak. Die moeten ze niet beantwoorden, want het zijn uitgesproken gedachten van Gilles zelf.

De nu 79- jarige Jan Decleir vertolkt op meesterlijke wijze de rol van beschuldigde. Hij beweegt amper op het podium. Gezeten op een stoel en gekleed in bruin pak doorbreekt hij voortdurend de vierde wand in zijn apologie. Het publiek is anderhalf uur muisstil. Decleir vertelt zwaarmoedige en cynische verhalen over zijn verdorven grootvader en over de duivel Barron. Zij hebben Gilles gemaakt tot wie hij is. In een prachtige taal, met een alleszeggende mimiek, kortom een algehele uitstraling is en blijft Jan Decleir een iconisch acteur. Hij deed het toch maar op 79! Een staande ovatie was meer dan verdiend.






Het tekenen van cartoons en politieke spotprenten is altijd belangrijk geweest in vrije samenlevingen. Met humor, overdrijving, satire kan de cartoonist politieke, religieuze of culturele gevoeligheden bespreekbaar maken. Maar in onze tijdens wordt dat voor tekenaars meer dan gevaarlijk. Door de sociale media kunnen spotprenten in een mum van tijd over de hele wereld verspreid worden. Wie de bedoeling van de cartoon niet ten volle begrijpt, kan zich bedreigd voelen en online haatcampagnes starten. Bepaalde cartoonisten hebben zelfs te maken gehad met doodsbedreigingen of aanslagen. Toch blijven cartoonisten hun taak belangrijk vinden.